Toch geen voorrang kinderalimentatie bij schuldsanering
25-11-2011
De nieuwe richtlijn waarbij het vrij te laten bedrag van de schuldsanering wordt verhoogd met de kinderalimentatie van maximaal 136 euro blijkt onwettig te zijn.
Sinds juli 2010 wordt bij toelating tot de wettelijke schuldsanering (WSNP) het zogenaamde vrij te laten bedrag verhoogd met de kinderalimentatie van maximaal 136 euro (in 2010). Concreet betekent dit dat bij het bepalen van het bedrag dat je tijdens de schuldsanering vrij ontvangt, rekening wordt gehouden met de maandelijkse betaling van (maximaal) 136 euro per kind. Als er meer aan kinderalimentatie wordt betaald, dan moet er voor de duur van de WSNP nog wel om vermindering gevraagd worden tot 136 euro per maand. Het systematisch verhogen van het vrij te laten bedrag met een bedrag voor kinderalimentatie blijkt nu echter in strijd te zijn met de in de Faillissementswet opgenomen regeling van de schuldsanering, aldus de Hoge Raad.
Aanleiding uitspraak Hoge Raad
In een recente procedure had een vader verzocht om geen kinderalimentatie meer te hoeven betalen, omdat hij was toegelaten tot de WSNP. Het gerechtshof in Arnhem besliste daarop dat als een onderhoudsplichtige ouder tot de schuldsanering is toegelaten, het vrij te laten bedrag verhoogd wordt met het bedrag van de kinderalimentatie tot een maximum van 136 euro per maand per kind. Deze beslissing was dus conform de nieuwe richtlijn van vorig jaar. De vader diende daarom gedurende de schuldsanering 136 euro per maand per kind te betalen.
Cassatie in belang der wet
Hoewel de vader en moeder zich bij de uitspraak van het hof neerlegden, werd door de procureur-generaal bij de Hoge Raad een vordering tot cassatie in het belang der wet ingediend. Wanneer in het algemeen belang beantwoording van een rechtsvraag door de Hoge Raad gewenst is, biedt de wet aan de procureur-generaal de mogelijkheid bij de Hoge Raad een cassatieberoep in het belang der wet in te stellen. De Hoge Raad kan namelijk niet oordelen over rechtsvragen in lagere zaken, als er geen cassatieberoep is ingesteld.
Motivatie Hoge Raad
Volgens de Hoge Raad was de systematische verhoging van het vrij te laten bedrag in strijd met de in de Faillissementswet opgenomen regeling van de schuldsanering. De rechter-commissaris (die betrokken is bij de schuldsanering) mag namelijk alleen in individuele gevallen het vrij te laten bedrag verhogen, waarbij hij rekening moet houden met de concrete omstandigheden van het geval. De rechter in de alimentatieprocedure zou vervolgens bij de bepaling van de draagkracht van de ouder moeten uitgaan van hetgeen de rechter-commissaris eerder heeft beslist.
Gevolgen van de uitspraak
De nieuwe richtlijn heeft echter tot gevolg dat de vordering tot betaling van kinderalimentatie in feite voorrang krijgt op de andere vorderingen op degene die in de WSNP zit. Dat is dus in strijd met de Faillissementswet, aldus de Hoge Raad. Het is nu aan de wetgever om te beslissen of die voorrang er wettelijk moet komen.
Deze uitspraak heeft geen gevolgen voor de partijen in deze zaak. Wel zal er in alimentatiezaken voorlopig terughoudend gereageerd worden door rechters bij een beroep op voornoemde richtlijn.
Bron: Jurofoon.nl
Interessant artikel? Vertel het verder!



